Home » Vluchtelingen in Nederland

Vluchtelingen in Nederland

3 Vluchtelingen in Nederland

Er is veel ellende in de wereld. Een open deur natuurlijk, maar het wordt maar al te vaak vergeten als er over vluchtelingen in Nederland wordt gesproken. Vluchtelingen komen hier niet zomaar. Ze komen omdat ze in eigen land vervolgd worden vanwege hun politieke overtuiging, omdat ze hun leven niet zeker zijn vanwege een alles vernietigende oorlog, of omdat ze worden gediscrimineerd.
Dat wordt maar al te duidelijk als we bekijken waar deze vluchtelingen vandaan komen. Uit Afghanistan bijvoorbeeld, dat al decennialang in de ban is van oorlog. Uit Irak, waar een oorlog een einde heeft gemaakt aan de niets ontziende dictatuur van Saddam Hoessein. En uit Sierra Leone, geteisterd door een jarenlang voortdurende burgeroorlog. Deze landen staan al jarenlang in de ‘top tien’ van landen waar vluchtelingen vandaan komen.

In perspectief

Er wordt in het politieke en maatschappelijke debat veel gesproken over de noodzaak het aantal asielzoekers drastisch in te perken. Dat geeft ten onrechte het idee dat Nederland de zwaarste lasten draagt bij het opvangen van vluchtelingen. De cijfers over het aantal vluchtelingen, asielzoekers en ontheemden in de wereld in 2002 zetten de inspanningen van Nederland in het juiste perspectief 1.

3.1 De asielprocedure

Zodra een vluchteling in Nederland aankomt, moet hij onmiddellijk asiel aanvragen. Traumatische ervaringen worden dan ineens een ‘vluchtverhaal’, beoordeeld door medewerkers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Veel asielverzoeken worden al binnen 6 werkdagen afgewezen. De beoordeling vindt plaats op basis van de Vreemdelingenwet 2000 die op 1 april 2001 in werking is getreden. Het doel van deze wet is asielzoekers snel duidelijkheid te geven of ze mogen blijven of moeten terugkeren. VluchtelingenWerk probeert hen gedurende deze periode zo goed mogelijk bij te staan.

In het aanmeldcentrum

Iemand die asiel wil aanvragen, moet een asielverzoek indienen bij één van de vier aanmeldcentra (AC’s) in Rijsbergen, Zevenaar, Ter Apel of op Schiphol. Hier nemen medewerkers van de IND het eerste gehoor af. Zij vragen de asielzoeker naar identiteit, nationaliteit en reisroute.
Op basis van dat eerste gehoor beoordeelt de IND of het asielverzoek zonder uitvoerig onderzoek kan worden afgewezen. Wanneer dat het geval is, wordt de aanvraag volgens een versnelde procedure binnen 48 werkuren ofwel maximaal zes werkdagen in het AC afgewezen. Alle stappen van de gewone asielprocedure (zie schema pagina 10) worden in de versnelde procedure in grote vaart afgehandeld. Voor degelijk onderzoek blijft maar weinig tijd over.
Als het volgens de IND niet mogelijk is in zo’n korte tijd een beslissing te nemen, wordt de asielzoeker doorgestuurd naar een onderzoeks- en opvangcentrum (OC), waar er meer tijd is voor de behandeling van het asielverzoek.

Oorspronkelijk was de snelle procedure bedoeld om misbruik van de asielprocedure tegen te gaan. De versnelde asielprocedure is inmiddels echter meer regel dan uitzondering. VluchtelingenWerk Nederland vindt dat er een zorgvuldige procedure nodig is voor asielaanvragen. Een versnelde procedure mag alleen worden gebruikt voor overduidelijk kansloze zaken.

Het nader gehoor

Het nader gehoor vormt de basis van de asielprocedure. De asielzoeker vertelt tijdens dit gesprek met een ambtenaar van de IND waarom hij is gevlucht. Van dit gesprek wordt een verslag gemaakt. De IND neemt op basis van deze informatie een beslissing op het asielverzoek. Er hangt dus nogal wat van af. Medewerkers van VluchtelingenWerk zijn -zoveel mogelijk- aanwezig bij het nader gehoor als de vluchteling of de rechtshulpverlener daar om vraagt, of wanneer er volgens VluchtelingenWerk aanleiding voor is.

Beschikking

De beslissing op het asielverzoek wordt een beschikking genoemd. Volgens de Vreemdelingenwet moet de IND binnen zes maanden een beslissing nemen. Die termijn kan in een individueel geval met maximaal een half jaar worden verlengd, wanneer onderzoek of advies door een andere instantie dan de IND nodig is.
De positieve beslissing Bij een positieve beslissing op het asielverzoek, krijgt de asielzoeker een ‘verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel’. De term ‘bepaalde tijd’ geeft al aan dat de status kan worden ingetrokken, bijvoorbeeld als de situatie in het land van herkomst zich wijzigt. Pas na drie jaar 2 kan de status worden omgezet in een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
De negatieve beslissing Een negatieve beslissing betekent automatisch dat de asielzoeker Nederland binnen 28 dagen moet verlaten. De asielzoeker kan tegen een negatieve beslissing in beroep gaan.


Besluitmoratorium

De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie kan de beslistermijn voor asielzoekers uit een bepaald land of gebied collectief verlengen. Dit noemt men het besluitmoratorium. Deze asielverzoeken worden dan ‘in de ijskast’ gezet. Per persoon kan dit maximaal een jaar duren.
De staatssecretaris kan zo’n besluitmoratorium instellen als:

  • naar verwachting een korte periode van onzekerheid zal bestaan over de situatie in het land van herkomst;
  • de onveilige situatie in het land van herkomst naar verwachting van korte duur zal zijn;
  • het aantal ingediende aanvragen uit een bepaald land of een bepaalde regio zo groot is dat de IND redelijkerwijs niet in staat is daar tijdig op te beslissen.

Het kan dus voorkomen dat een asielzoeker twee jaar op een beslissing moet wachten: zes maanden voor de standaard beslistermijn, zes maanden verlenging voor nader onderzoek, plus een jaar besluitmoratorium.

Beroep

Als een asielverzoek wordt afgewezen maar de asielzoeker tóch bang is voor vervolging, kan hij tegen de afwijzing in beroep gaan. De rechter beoordeelt dan of de beslissing van de IND terecht was.
Een asielzoeker die beroep instelt mag deze beslissing afwachten in Nederland. Hij krijgt automatisch ‘schorsende werking met betrekking tot de uitzetting’: hij mag in de opvang blijven en wordt niet uitgezet tot de rechter uitspraak heeft gedaan. Dit geldt echter niet voor een asielzoeker die beroep instelt tegen een negatieve beslissing die in de versnelde procedure in het aanmeldcentrum is genomen. Deze asielzoeker moet apart een verzoek indienen bij de rechter om de uitkomst van het beroep in Nederland te mogen afwachten. In de tussentijd krijgt hij geen opvang meer en komt hij op straat te staan.

Hoger beroep

Als de rechter het eens is met de afwijzing van het asielverzoek, kan de asielzoeker nog hoger beroep instellen bij de Raad van State. Anders dan bij het beroep geeft het hoger beroep geen schorsende werking. De asielzoeker mag de beslissing dus niet automatisch in Nederland afwachten, maar moet daar apart een verzoek voor indienen.
Uitgeprocedeerde asielzoekers Een asielzoeker is uitgeprocedeerd als hij niet meer in beroep gaat of kan gaan tegen een negatieve beslissing. Een uitgeprocedeerde asielzoeker moet Nederland verlaten. Als hij niet zelf binnen 28 dagen is vertrokken, wordt hij uit de opvang verwijderd. De overheid kan in een aantal gevallen de uitgeprocedeerde asielzoeker ook Nederland uitzetten (zie ook pag. 13, Terugkeer).

In ieder werkproces worden fouten gemaakt, ook in de asielprocedure. Voor een asielzoeker kunnen deze fouten levensbedreigende gevolgen hebben. Daarom biedt VluchtelingenWerk Nederland individuele ondersteuning aan uitgeprocedeerde asielzoekers die volgens haar recht hebben op bescherming.

Vertrekmoratorium

Als een asielzoeker is uitgeprocedeerd, moet hij het land dus verlaten. Maar soms is het toch niet verantwoord om mensen uit te zetten. Als de situatie in het land van herkomst ernstig is verslechterd bijvoorbeeld. De regering kan dan een ‘vertrekmoratorium’ afkondigen. Gedurende maximaal een jaar worden afgewezen asielzoekers uit dat land dan niet uitgezet en hebben zij recht op opvang.

3.2 Verblijfsvergunningen

Een asielzoeker krijgt een verblijfsvergunning op asielgronden wanneer:

  • hij volgens de IND vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag (zie 2.1);
  • hij volgens de IND gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen;
  • er volgens de minister klemmende redenen van humanitaire aard zijn, waardoor van betrokkene niet verlangd kan worden dat hij terugkeert naar zijn land van herkomst. Hierbij gaat het onder andere om mensen die een traumatiserende gebeurtenis hebben meegemaakt;
  • terugkeer naar het land van herkomst volgens de minister van bijzondere hardheid zou zijn vanwege de algemene situatie daar, bijvoorbeeld een (burger)oorlog. Voor zo’n land voert de minister dan een algemeen (categoriaal) beschermingsbeleid.

De IND beoordeelt altijd eerst of iemand vluchteling is volgens het Vluchtelingenverdrag, en gaat dan verder het rijtje af. Iedereen die op een van deze gronden in Nederland mag blijven krijgt dezelfde status: de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel. Deze status kan gedurende drie jaar 3 worden ingetrokken wanneer de situatie in het land van herkomst is verbeterd. Er moet aan strikte, in het Vluchtelingenverdrag vastgelegde voorwaarden zijn voldaan om een vergunning die verleend is op grond van vluchtelingschap te kunnen intrekken. Een vergunning die verleend is op grond van een algemeen beschermingsbeleid kan echter veel makkelijker worden ingetrokken.

Alle houders van een vergunning voor bepaalde tijd asiel hebben dezelfde rechten met betrekking tot werk, onderwijs, huisvesting en gezinshereniging. Na drie jaar kan de vergunninghouder een aanvraag indienen voor een vergunning voor onbepaalde tijd asiel. Deze verblijfsvergunning wordt dan niet meer ingetrokken als de situatie in het land van herkomst is verbeterd. Wel kan de vergunning nog worden ingetrokken wanneer de vergunninghouder zich bijvoorbeeld schuldig maakt aan een misdrijf.

Wanneer iemand vijf jaar onafgebroken in het bezit is geweest van een verblijfsvergunning, kan hij het Nederlanderschap aanvragen. Om het Nederlanderschap te verkrijgen, moet hij aan een aantal voorwaarden voldoen, waaronder het halen van een naturalisatietoets.

3.3 Terugkeer

Terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers is in de afgelopen jaren zeer problematisch gebleken. Dat geldt niet alleen voor Nederland; alle Europese landen kampen met dit probleem. Ondanks pogingen van de Nederlandse overheid om de terugkeer gericht aan te pakken, is het aantal uitgeprocedeerde asielzoekers waarvan bekend is dat zij zijn teruggekeerd naar het land van herkomst, nog steeds laag. In 2002 verlieten 1537 asielzoekers Nederland zelf, 2276 asielzoekers werden -begeleid door de marechaussee – uitgezet, terwijl van 16.875 asielzoekers onbekend is waar zij zijn gebleven.

Tijdens de asielprocedure wordt de asielzoeker al voorbereid op de mogelijkheid dat hij niet in Nederland mag blijven. De asielzoeker kan bij terugkeer begeleiding van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) krijgen. De IOM heeft ook aparte terugkeerprogramma’s voor bepaalde landen van herkomst ontwikkeld. De extra faciliteiten die deze programma’s bij terugkeer bieden, helpen bij het opbouwen van een nieuw bestaan in het land van herkomst. Hiermee kan de eigen woning weer bewoonbaar worden gemaakt of kunnen de eerste maanden na terugkeer, waarin men meestal geen of nauwelijks eigen inkomsten heeft, worden overbrugd.

Eigen verantwoordelijkheid

Als een asielzoeker is uitgeprocedeerd, moet hij Nederland verlaten en wordt hij na 28 dagen uit de opvang gezet. De verantwoordelijkheid voor het vertrek ligt bij de asielzoeker zelf.
Asielzoekers komen vaak zonder reispapieren Nederland binnen en tijdens de asielprocedure verlopen de reisdocumenten van de mensen mét papieren vaak. In een tot in de puntjes geregeld land als Nederland is het makkelijk de benodigde documenten in een paar weken te regelen. Voor asielzoekers, die de medewerking van (de ambassade van) het land van herkomst nodig hebben, is het vaak een zaak van lange adem.
De Nederlandse overheid gaat er vanuit dat alle landen van herkomst van asielzoekers bereid zijn de eigen onderdanen terug te nemen. Het is volgens deze redenatie altijd de schuld van de asielzoeker, als hij niet binnen 28 dagen of helemaal niet naar het land van herkomst terug kan. VluchtelingenWerk Nederland vindt dit veel te gemakkelijk geredeneerd.
Het terugreizen kan om twee redenen moeilijk zijn:
- de asielzoeker werkt zelf niet of onvoldoende mee aan het verkrijgen van identiteits- of reispapieren. In dat geval is het hemzelf aan te rekenen;
- het land van herkomst werkt niet of slechts heel traag mee aan het verstrekken van die documenten. Landen als China, Liberia en Mauretanië bijvoorbeeld, staan hierom bekend. In dat geval is het de asielzoeker niet aan te rekenen.
Terugkeer van grote groepen asielzoekers kan voor landen die net herstellen van een burgeroorlog een grote belasting zijn. Vaak willen deze landen eerst afspraken maken over ondersteuning bij de herintegratie en over gefaseerde terugkeer.
VluchtelingenWerk Nederland vindt het terecht dat een asielzoeker, van wie het asielverzoek na een zorgvuldige asielprocedure is afgewezen, Nederland moet verlaten. Asielzoekers die niet in Nederland mogen blijven, hebben wel een realistische termijn nodig om te vertrekken. De termijn van 28 dagen is veelal te kort. Asielzoekers moeten worden opgevangen zolang ze meewerken aan hun vertrek. Hieraan mogen wel heldere, toetsbare eisen worden gesteld.

Uitzetten

Als uitgeprocedeerde asielzoekers Nederland niet zelfstandig verlaten, kan de overheid hen, begeleid door de marechaussee, uitzetten. Dit gebeurt in toenemende mate. Speciale chartervluchten worden ingezet om grotere groepen uitgeprocedeerde asielzoekers en andere vreemdelingen, in één keer te kunnen uitzetten. Hiervoor heeft men wel de medewerking van de betreffende landen nodig.
3.4 Opvang
Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), een zelfstandig bestuursorgaan van het ministerie van Justitie, verzorgt de opvang van asielzoekers. Asielzoekers verblijven in allerlei soorten opvang totdat ze een verblijfsvergunning hebben. Het verblijf in deze opvangcentra kan oplopen tot meer dan vijf jaar. Vluchtelingen met een status hebben recht op zelfstandige woonruimte, maar het duurt vaak lang voordat ze die hebben gevonden.

Centrale opvang Wie niet afgewezen wordt in het AC (zie pag. 9, Asielprocedure), gaat door naar een onderzoeks- en opvangcentrum (OC) voor de eerste fase van de asielprocedure. Er verblijven in de regel honderden asielzoekers in deze grote centra. In de OC’s kunnen asielzoekers niet zelf koken. Er worden voornamelijk recreatieve activiteiten aangeboden. Asielzoekers verblijven er ongeveer drie maanden.
Na het OC gaat de asielzoeker meestal naar een asielzoekerscentrum (AZC). Hij blijft hier wonen totdat definitief op zijn asielverzoek is beslist. De AZC’s zijn grootschalig van opzet. Asielzoekers mogen hier iets meer activiteiten ontplooien dan in een OC. Zo kunnen zij er bijvoorbeeld Nederlandse taalles en maatschappijoriëntatie volgen. Asielzoekers mogen twaalf weken per jaar betaald werk verrichten en vrijwilligerswerk doen. Als een asielzoeker een negatieve beslissing krijgt mag hij geen Nederlandse les meer volgen, ook al gaat hij tegen de afwijzing in beroep.

Verblijfsduur

De grootschalige centra zijn ingericht voor een kort verblijf. Doel van de Vreemdelingenwet 2000 is de asielprocedure te versnellen en daarmee het verblijf in de centra te bekorten. Maar ook onder deze wet kan de asielprocedure lang duren. In de praktijk blijkt het verblijf daardoor veel langer te duren dan ooit de bedoeling was. Tienduizenden mensen wonen al langer dan drie jaar in een centrum. Hele gezinnen verblijven soms op één kamer. Alleenstaanden moeten een kamer delen met vreemden. Het gebrek aan privacy maakt het onverantwoord mensen langer dan een aantal maanden in zo’n centrum op te vangen. De centra liggen vaak afgelegen, waardoor de bewoners langdurig in een isolement verkeren.

VluchtelingenWerk Nederland vindt dat het verblijf in centra niet langer dan een jaar mag duren. Hierna moeten asielzoekers in kleinschaliger woonvormen, het liefst normale woningen, worden opgevangen.

Andere woonvormen

Een voorbeeld van een kleinschaliger woonvorm is de ‘centrale opvang woningen’ (COW) of ‘kleinschalige centrale opvangeenheden’ (KCO). Dit zijn gewone woningen die door het COA gehuurd worden. Tot 2002 konden asielzoekers zelf woonruimte zoeken bij familie of vrienden. Dit ‘zelfzorgarrangement’ (ZZA) is echter weer beëindigd omdat er meer ruimte is in de grote opvangcentra. VluchtelingenWerk Nederland is een voorstander van opvang in kleinschalige woonvormen, omdat het asielzoekers in staat stelt zelfstandiger te wonen dan in een groot centrum.


3.5 Gezinshereniging

Vluchtelingen die in Nederland mogen blijven hebben recht op gezinshereniging. Dat is altijd het uitgangspunt geweest van het Nederlands asielbeleid. Zij hebben immers geen mogelijkheid om in eigen land, het land waar zij vandaan zijn gevlucht, een gezinsleven uit te oefenen. Daarom hoeven vluchtelingen in eerste instantie niet, zoals andere vreemdelingen, aan de inkomenseis (een in principe vaste baan met inkomen op minimaal bijstandsniveau) te voldoen om hiervoor in aanmerking te komen.

Zodra een vluchteling een verblijfsvergunning heeft gekregen, heeft hij drie maanden de tijd om een aanvraag voor gezinshereniging in te dienen. Dat lijkt ruim voldoende, maar soms blijkt het niet mogelijk dit op korte termijn te regelen. Bijvoorbeeld omdat familieleden vermist worden. Na die periode van drie maanden moeten vluchtelingen wel aan een inkomenseis voldoen. Zij moeten daarmee aantonen dat ze voldoende verdienen om de familieleden te onderhouden.

Medewerkers van VluchtelingenWerk helpen vluchtelingen bij hun aanvraag voor gezinshereniging. Om toestemming te krijgen voor gezinshereniging moet het gezin een moeilijke en langdurige procedure doorlopen. VluchtelingenWerk geeft daarbij ondersteuning en probeert zonodig financiering te vinden voor de reis.

De overheid gelooft niet altijd dat de aanvraag daadwerkelijk familieleden betreft. DNA-onderzoek moet dan uitsluitsel geven. Gezinsherenigingsprocedures van vluchtelingen duren daardoor vaak erg lang. Al die tijd verblijven de gezinsleden vaak onder slechte omstandigheden, bijvoorbeeld in een vluchtelingenkamp in een naburig land. Het is al voorgekomen dat kinderen tijdens de gezinsherenigingsprocedure zijn overleden. VluchtelingenWerk heeft er bij de overheid op aangedrongen de procedure sterk te bekorten.

3.6 Ama’s, een kwetsbare groep

Van alle vluchtelingen die naar Nederland komen is ruim een kwart jonger dan vijftien jaar. Veel jongeren vluchten samen met (één van) hun ouders. De laatste jaren komen ook veel alleenstaande minderjarige asielzoekers (ama’s) naar Nederland. De jongeren staan tijdens hun verblijf in Nederland onder voogdij van de instelling Nidos, die verantwoordelijk is voor de begeleiding. VluchtelingenWerk zet zich in voor de belangenbehartiging tijdens de asielprocedure en ontwikkelt initiatieven om de jongeren uit hun isolement te halen.

In 2000 steeg het aantal ama’s dat naar Nederland kwam naar 6700. Als reactie daarop is begin 2001 het amabeleid veel strenger geworden. Hierdoor is een daling van het aantal ama’s ingezet. In 2001 kwamen nog 5951 ama’s naar Nederland; in 2002 daalde dat aantal naar 3232. Ama’s die voor begin 2001 naar Nederland kwamen, vallen onder het oude beleid.

VluchtelingenWerk Nederland hecht zeer aan het Verdrag van de Rechten van het Kind. Als een kind werkelijk niet terug kan naar het land van herkomst, moet het op bescherming van de Nederlandse overheid kunnen rekenen. VluchtelingenWerk vindt dat de overheid in het asielbeleid onvoldoende rekening houdt met het feit dat het om kinderen gaat en is bang dat zij de criteria voor een verblijfsvergunning voor minderjarige asielzoekers steeds verder aanscherpt.

Als een alleenstaande jongere in Nederland asiel aanvraagt, beoordeelt de IND allereerst of hij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op asielgronden. Is dat niet het geval, dan wordt gekeken of de jongere zich zelfstandig zou kunnen handhaven in het land van herkomst en zo niet, of er adequate opvang in het land van herkomst kan worden geboden. Kan de jongere zichzelf niet redden en is er ook geen opvang mogelijk, dan krijgt hij of zij een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op reguliere gronden. Deze vergunning kan worden ingetrokken als er opvang in het land van herkomst wordt gevonden.

Een van de belangrijke wijzigingen in het nieuwe ama-beleid is dat een jongere niet langer als alleenstaand wordt beschouwd, als er een volwassene in Nederland is die voor het kind zou kunnen zorgen. Dat hoeft niet de wettelijke vertegenwoordiger te zijn. Het kan ook gaan om een oom, tante, meerderjarige broer of zus, neef of nicht. Deze jongeren krijgen daarom geen ama-vergunning. Wel wordt nagegaan of zij recht hebben op een verblijfsvergunning op asielgronden. Is dat niet het geval, dan moet de volwassene ervoor zorgen dat het kind Nederland weer verlaat.
Een tweede grote verandering geldt jongeren van vijftien jaar en ouder. Alle jongeren die binnen drie jaar na aankomst in Nederland achttien jaar – en dus meerderjarig – worden, en niet als vluchteling worden erkend, moeten uiterlijk op hun achttiende naar hun land van herkomst terugkeren. Alleenstaande jongeren die bij binnenkomst jonger zijn dan vijftien jaar mogen in Nederland blijven als ze drie jaar een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd hebben gehad.
De regeling voor ama’s geldt uiteraard alleen voor minderjarigen. Bij twijfel aan de leeftijd verricht Justitie een leeftijdsonderzoek, waarbij de botten van pols en sleutelbeen worden bekeken. Over de betrouwbaarheid van dit onderzoek lopen de meningen uiteen.


3.7 Leven in vrijheid: integratie

De beslissing is gevallen: je mag in Nederland blijven. Maar dan… Hoe vind je een plek in een volkomen onbekend land? Het regelen van de basale levensbehoeften, zoals huisvesting, onderwijs, inkomen en gezondheidszorg, is een belangrijke stap in het integratieproces. Ook de verplichte inburgeringscursus helpt vluchtelingen op weg. Maar er komt meer bij kijken.

Huisvesting en introductie in de gemeente

De weg naar een verblijfsvergunning is vaak lang. Als vluchtelingen eenmaal een verblijfsvergunning hebben, kunnen zij eindelijk het asielzoekerscentrum verlaten en zelf op zoek gaan naar een woning. Alle gemeenten in Nederland zijn verplicht een aantal vluchtelingen met een verblijfsvergunning te huisvesten. Als een vluchteling zelf geen woning kan vinden, krijgt hij een woning via het COA aangeboden.
VluchtelingenWerk helpt de vluchteling de weg in de nieuwe woonplaats te leren kennen. Een persoonlijk begeleider van de lokale afdeling van VluchtelingenWerk Nederland heeft in de eerste periode intensief contact met de vluchteling. Samen stellen ze een begeleidingsplan op. Hierin wordt rekening gehouden met zaken die te maken hebben met de materiële rechtspositie (zoals huisvesting, verzekeringen en dergelijke), individuele problemen, kennis van de taal, opleidingsniveau en werkervaring. Daarnaast helpt de begeleider bij de praktische kennismaking met de lokale gemeenschap, geeft hij informatie over rechten en plichten in de Nederlandse samenleving, en verwijst naar relevante organisaties en instellingen, zoals scholen, dokter, tandarts of maatschappelijk werk.

VluchtelingenWerk begeleidt vluchtelingen bij de eerste kennismaking met hun nieuwe woonplaats. Een medewerker van VluchtelingenWerk stelt samen met de vluchteling een begeleidingsplan op.

Inburgering

Sinds de invoering van de Wet inburgering nieuwkomers (Win) eind 1998 zijn nieuwkomers verplicht een inburgeringsprogramma te volgen. Het doel van de inburgering is de zelfredzaamheid van nieuwkomers op alle terreinen te bevorderen. Ook mensen met een vergunning voor bepaalde tijd asiel vallen onder de Win.
Het inburgeringsprogramma bestaat uit lessen Nederlands, Maatschappijoriëntatie en Beroepenoriëntatie. Een trajectbegeleider zorgt ervoor dat de vluchteling het programma goed doorloopt. Daarnaast is maatschappelijke begeleiding een onderdeel van het inburgeringsprogramma. Dit onderdeel is erop gericht dat de vluchteling een eigen plaats vindt in de Nederlandse maatschappij. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Win. In de meeste gemeenten neemt VluchtelingenWerk het onderdeel maatschappelijke begeleiding voor haar rekening. Logisch, want VluchtelingenWerk heeft al jaren vóór de invoering van de officiële inburgering ervaring opgedaan met begeleiding van vluchtelingen.
In veel gemeenten verblijven naast vluchtelingen die recentelijk naar Nederland zijn gekomen ook zogenaamde oudkomers: zij die vóór september 1998 naar Nederland kwamen en dus geen inburgeringsprogramma hebben gehad. Daaronder zijn ook vluchtelingen. Alle gemeenten in Nederland kunnen deze oudkomers alsnog een inburgeringsprogramma aanbieden. Steeds meer gemeenten vragen aan VluchtelingenWerk om ook oudkomers te begeleiden.

Verder studeren

Na het verplichte inburgeringsprogramma kunnen vluchtelingen verder studeren. Sommige vluchtelingen studeerden al in hun eigen land. Zij willen hun opleiding graag afmaken. Anderen zijn gevlucht voordat zij aan een studie konden beginnen. Alle houders van een vergunning bepaalde tijd asiel komen in aanmerking voor studiefinanciering, iets waarvoor VluchtelingenWerk lange tijd heeft gepleit. Asielzoekers hebben geen recht op studiefinanciering zolang de asielprocedure nog loopt. Zij zijn afhankelijk van particuliere fondsen. De Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF biedt een aantal asielzoekers de financiële mogelijkheid om te studeren aan een universiteit, hogeschool of het MBO-onderwijs.

Werk

Werk helpt mensen een plek in de samenleving te veroveren, vergemakkelijkt het integratieproces en geeft financiële zekerheid. Werk en scholing bieden perspectief op de toekomst. Een goede positie op de arbeidsmarkt is dus voor vluchtelingen van groot belang. De werkloosheid onder vluchtelingen is echter hoog, naar schatting zo’n 40%. Ter vergelijking: begin 2003 bedroeg de werkloosheid onder de Nederlandse bevolking 5% en onder allochtonen tussen de 12% en 15%.

Het opleidingsniveau van vluchtelingen is nagenoeg gelijk aan dat van Nederlanders en veel vluchtelingen hebben werkervaring in het land van herkomst. Waarom dan toch een hoge werkloosheid?
Een aantal redenen:

  • Vluchtelingen zijn relatief oud als zij hun entree op de arbeidsmarkt maken en hun werkervaring sluit niet altijd aan bij wat gevraagd wordt op de Nederlandse arbeidsmarkt;
  • de lange asielprocedure dwingt vluchtelingen tot jarenlang nietsdoen. Als zij uiteindelijk mogen gaan werken is de afstand tot de arbeidsmarkt al zeer groot;
  • vluchtelingen missen een sociaal netwerk van familie, vrienden, buren en kennissen die hen op informele wijze aan een baan helpen;
  • werkgevers zijn vaak niet bekend met vluchtelingen en weten hun kwaliteiten niet op waarde te schatten;
  • het niet goed genoeg beheersen van de Nederlandse taal kan een handicap zijn.

Vluchtelingen met een verblijfsvergunning (voor bepaalde- én onbepaalde tijd asiel) hebben vrije toegang tot de arbeidsmarkt. Asielzoekers die dus nog geen verblijfsvergunning hebben, mogen per jaar slechts twaalf weken betaald werk verrichten. Dit betekent in de praktijk dat ze voornamelijk laag betaald werk verrichten en niet in hun eigen onderhoud kunnen voorzien.
VluchtelingenWerk zet zich op vele manieren in voor de verbetering van de positie van vluchtelingen op de arbeidsmarkt. Zo richtte VluchtelingenWerk eind jaren tachtig het arbeidsbemiddelingsbureau Emplooi op. Adviseurs, die zich vrijwillig inzetten, proberen via hun contacten met het bedrijfsleven vluchtelingen aan het werk te helpen. De adviseurs zijn doorgaans oud-ondernemers en voormalig leidinggevenden die met pensioen zijn of met de Vut. Emplooi is inmiddels verzelfstandigd.

Gezondheid

Psychosociale en medische problemen kunnen de integratie belemmeren. Door de traumatische ervaringen die veel vluchtelingen in hun herkomstland en tijdens de vlucht hebben meegemaakt, kampen zij meer dan gemiddeld met dit soort problemen. De psychische klachten die vluchtelingen kunnen ontwikkelen zijn een normale reactie op abnormale omstandigheden. Extreme geweldservaringen in het verleden, het ontbreken van een eigen, veilig familieverband of netwerk, de confrontatie met andere normen en waarden of de zorg om achtergebleven familieleden: deze ervaringen laten littekens achter. Daarbovenop komt nog de onzekerheid die een lange asielprocedure met zich mee brengt en het gebrek aan privacy tijdens het verblijf in een opvangcentrum.
Juist als de druk van de asielprocedure is weggevallen en mensen een bestaan op kunnen bouwen in Nederland, komen vaak al lang sluimerende problemen boven. De begeleiding van VluchtelingenWerk kan helpen weer grip op het leven te krijgen. Als de problemen te groot zijn, verwijst de begeleider door naar gespecialiseerde instellingen als het Riagg en maatschappelijk werk. Maar ook dan blijft VluchtelingenWerk de nodige zorg bieden.

Oudere vluchtelingen

Ondanks hun inspanningen is het voor oudere vluchtelingen niet makkelijk om in een vreemde omgeving snel te aarden, waardoor ze het risico lopen om in een sociaal isolement terecht te komen. Daarbij spelen cultuurverschillen, onvoldoende taalbeheersing en gebrek aan mogelijkheden om in contact te komen met Nederlanders een belangrijke rol. Gezien de risico’s en beperkingen van de doelgroep ziet VluchtelingenWerk Nederland oudere vluchtelingen als een bijzondere groep die bijzondere aandacht nodig heeft om hun (sociale) leven vorm te kunnen geven. Door middel van gerichte taalcursussen, het creëren van ontmoetingsmogelijkheden en uitstapjes en het ontwikkelen van een toegespitst (mondeling) voorlichtingstraject probeert VluchtelingenWerk het leven van oudere vluchtelingen naar omstandigheden aangenaam en productief te maken.

Op weg naar verdere integratie

Integratie: iedereen heeft het er over. Niet verwonderlijk, want het gaat over ons allemaal. Over onze toekomst en hoe we met elkaar willen samenleven. VluchtelingenWerk Nederland zet zich in voor de integratie van vluchtelingen in de Nederlandse samenleving.

VluchtelingenWerk Nederland werkt al 25 jaar aan integratie van vluchtelingen. Lokale medewerkers begeleiden de vluchtelingen tijdens hun eerste periode in de gemeente. Ze helpen hen in te burgeren en hun weg te vinden in de Nederlandse samenleving. Ze introduceren vluchtelingen bij uiteenlopende instanties, ondersteunen hen bij de aanvraag voor gezinshereniging, organiseren huiswerkbegeleiding en conversatielessen. Kortom, ze helpen vluchtelingen hier thuis te raken. Maar de mensen van VluchtelingenWerk Nederland doen nog veel meer. Ze helpen vluchtelingen ook om zich hier thuis te vóelen. Ze vormen voor vluchtelingen de brug naar de samenleving, waardoor zij een eigen plek in Nederland kunnen vinden.

Vluchtelingen moeten een eigen plek kunnen vinden in de Nederlandse samenleving. Inburgering en het leren van de taal is daarbij een belangrijke eerste stap. Alleen zo kunnen mensen thuis raken: de regels en ‘onze’ manier van leven leren kennen, deelnemen aan onderwijs en werken. Maar voor integratie is meer nodig. Mensen moeten zich ook thuis gaan vóelen.

Voor ieder een rol

Om er voor te zorgen dat vluchtelingen zich dusdanig thuis gaan voelen dat zij actief en volwaardig kunnen deelnemen aan de Nederlandse samenleving, is de inzet van ons allemaal nodig. Allereerst van de vluchteling zelf, maar ook van de Nederlanders en van de overheid.

De vluchteling / nieuwkomer

  • Wie in Nederland komt wonen moet actief deelnemen aan de samenleving. Hij moet Nederlands leren, zich houden aan de Nederlandse wet en de in Nederland geldende vrijheden respecteren. Dat is niet vrijblijvend.
  • De Nederlander Integratie is ook voor Nederlanders niet vrijblijvend. Het gaat om eenvoudige maar belangrijke dingen: niet meegaan in vooroordelen; een open houding hebben; belangstelling tonen. Persoonlijk contact maken, over de drempel stappen, zodat de omgang met anderen vanzelfsprekend wordt. Verenigingen en andere sociale verbanden kunnen zich meer inspannen om vluchtelingen binnen hun geledingen te krijgen.
  • De overheid De regering moet investeren in integratie door onder meer te zorgen voor een zorgvuldige en snelle asielprocedure en dus een korte periode van centrale opvang, door taallessen te verbeteren, door de toegang tot onderwijs en werk te vergroten, door te zorgen voor huisvesting van vluchtelingen en door rekening te houden met hun vluchtachtergrond. De overheid is ook politiek verantwoordelijk voor het bevorderen van een maatschappelijk klimaat waarin vluchtelingen welkom zijn.


VluchtelingenWerk Nederland

Ook VluchtelingenWerk Nederland speelt een rol bij de integratie van vluchtelingen. Natuurlijk door hen te begeleiden bij het opbouwen van een nieuw bestaan. Maar ook door instellingen en inwoners informatie en advies te geven en aan te spreken op hun verantwoordelijkheid. En door bij instellingen aan te dringen op een adequaat aanbod, zodat vluchtelingen daar terecht kunnen met hun vragen.

Integratie als proces

Integratie is een proces dat nooit klaar is. Het is een proces van verandering van individu en samenleving. Integratie is het vormgeven aan de pluriforme, multiculturele samenleving: een proces van plaats veroveren door nieuwkomers en van plaats bieden door de ontvangende samenleving en haar inwoners.

Voor VluchtelingenWerk is het volgende belangrijk:

  • integratie moet van twee kanten komen;
  • integratie heeft een individueel en een collectief karakter;
  • het integratieproces bestaat uit participatie, communicatie en emancipatie.

VluchtelingenWerk Nederland benadrukt dat de positie van vluchtelingen ‘specifieke kenmerken’ heeft. Specifieke kenmerken zijn de gedwongen migratie / ballingschap en de daarbij horende ambivalente houding van veel vluchtelingen over hun toekomst: blijven of terugkeren. Geweldservaringen leiden tot een sterke behoefte aan veiligheid in de nieuwe omgeving. En vluchtelingen maken een slechte start in Nederland: door de vaak lange asielprocedure verblijft men jarenlang in een centrum. Dit leidt tot langdurige onzekerheid en afhankelijkheid, buiten de samenleving staan, en heeft een negatief effect op de latere integratie. Met deze specifieke kenmerken van vluchtelingen zou in het beleid en in de praktijk meer rekening moeten worden gehouden.

VluchtelingenWerk Nederland is blij met de wettelijke regeling voor inburgering.Vluchtelingen worden erdoor in staat gesteld een basis te leggen voor het opbouwen van een nieuw bestaan in Nederland. Inburgering moet gezien worden als een eerste stap naar verdere integratie.

  1. Voor meer informatie: zie ‘Vluchtelingen in Getallen’ – een uitgave van VluchtelingenWerk Nederland.
  2. Begin 2003 kondigde het demissionaire Kabinet Balkenende I een wetsvoorstel aan dat de periode van intrekbaarheid verlengt van 3 naar 5 jaar.
  3. Begin 2003 kondigde het demissionaire kabinet Balkenende I een wetsvoorstel aan dat de periode van tijdelijkheid verlengt van 3 naar 5 jaar.


Ayan, Somalische vrouw:
‘Teruggaan naar Somalië kan ik beter vergeten. Somalië is nog steeds onveilig en niet alleen in het zuiden, maar in het hele land. Natuurlijk willen alle vluchtelingen terug, maar dat is een romantisch idee, een middel om te overleven, geen realiteit.’


Uit een brief van een bewoner van een asielzoekerscentrum:
‘We hebben geen privacy in ons centrum. We hebben privacy nodig om na te denken, te huilen, te denken aan de mensen van wie we houden en om te hopen dat we hen ooit terug zullen zien. Ik overdrijf niet. Het is heel moeilijk om twee jaar lang met 270 mensen in een centrum te verblijven.’


Mohammed Babakhani uit Afghanistan:
‘In 1997 vluchtte ik met mijn vrouw en kinderen naar Nederland. Twee kinderen waren vermoord in de oorlog. Hosseen, onze oudste zoon, moesten we achterlaten; hij was spoorloos. Opeens kwam er anderhalf jaar geleden een telefoontje van hem uit Iran. Hij was vrijgelaten uit de gevangenis en direct gevlucht. Je zoon kwijt zijn, dat is heel erg voor een ouder. Ik ben er ziek van geweest. Ondanks dat telefoontje durfde ik pas te geloven dat hij echt kwam, op het moment dat hij uit het vliegtuig stapte.’